museum Maluku
2008 is het jaar van de vernieuwingen voor Museum Maluku. Niet alleen opende de nieuwe permanente tentoonstelling op 21 maart haar deuren (exact 57 jaar na de aankomst van het schip met de eerste Molukkers in Nederland). Ook is een bezoek aan de tentoonstelling omgeven door veel meer beleving en sfeer, door invoering van onder meer touch screens en multimediale middelen. Bij deze vernieuwingen hoort ook een nieuwe website. Hierbij riep het museum de hulp in van onafhankelijk consultant Tomas Merkies. Samen met hem en directeur van het museum Wim Manuhutu hebben wij een gesprek over de totstandkoming van de nieuwe website die e-office voor hen bouwde.
Wim Manuhutu: ‘In Nederland wonen ongeveer 45.000 a 50.000 mensen van Molukse afkomst. In 1951 kwamen de eerste Molukkers naar Nederland. Na de tweede wereldoorlog en de oorlog met Japan, waar Molukkers dienden in het Nederlandse leger, vestigden zij zich verspreid over heel Nederland.
Het ontstaan van het museum kwam voort uit de wens om het culturele erfgoed te bewaren en te kunnen informeren over de geschiedenis van de Molukken. Bij de digitalisering van onze archieven bleek onze samenwerking met het Nationaal Archief in Den Haag een belangrijke stap. Samen met het Nationaal Archief ontwikkelden we een website ‘De Aankomst’, waar Molukkers kunnen terugvinden met welk schip en wanneer hun familieleden destijds in Nederland aankwamen. Deze website wordt enorm goed bezocht. We krijgen zelfs feedback wanneer blijkt dat de officiële gegevens toch niet overeenstemmen met de werkelijkheid. Echt Web 2.0 dus!’
keuzes maken
Manuhutu gaat verder: ‘In 2004 kwamen we in aanmerking voor subsidie door Het Gebaar; een tegemoetkoming aan de Indische gemeenschap voor het beleid van voorgaande regeringen. De Nederlandse regering maakt Het Gebaar vanwege tekortkomingen in het naoorlogse rechtsherstel. Met deze subsidie besloten we onze tentoonstelling grondig te herzien. Ons publiek is niet meer hetzelfde als in de begindagen en de kennis bij dit publiek wordt minder. Willen we de jongeren van nu weten te bereiken dan is daarbij een goede website met juiste informatie noodzakelijk. Zo kwamen we in contact met Tomas Merkies. Hem vroegen we ons te adviseren bij de keuze voor een nieuw te bouwen website. We wilden gebruik maken van nieuwe technologie, met de verzekering dat dit ons meer flexibiliteit zou geven dan de vorige website. Tegelijkertijd wilden we voorkomen dat we met technologie te maken zouden krijgen die ons nog een jas te groot is.’
vertaling van wensen
Tomas Merkies: ‘Door de wensen van het Museum kwam ik al snel in contact met e-office, die ik nog kende van een vorige opdrachtgever. Door de kennis en ervaring op het gebied van IBM WebSphere Portal was e-office in staat snel een basis Portal op te zetten. De laatste weken werd hard gewerkt om de bestaande content in dit portaal over te zetten. Met als extra uitdaging dat we van een ééntalige naar een drietalige website gingen: Nederlands, Engels en Indonesisch. Alles moest klaar zijn op de opening op 21 maart, dus hadden we te maken met tijdsdruk. Ondertussen werkte e-office hard aan het design. Het mooie van deze technologie is dat we onafhankelijk van elkaar werkten. Bij het museum aan de content, bij e-office aan het design. Dit schoven we vrij eenvoudig in elkaar tot één omgeving.’
toekomst
Merkies: ‘De edit portlets die e-office ontwikkelde in WebSphere Portal zijn geweldig. Het museum wilde graag een webcam inbouwen, en dit konden we dus gewoon inbouwen via Google gadgets, net als het weergeven van een weerbericht. Ik voelde mezelf in dit project een soort regisseur, waarbij ik mocht componeren met bestaande elementen.’
Voor de toekomst zijn er al ideeën. ‘Zo staat Internet op de Molukken nog in de kinderschoenen’, gaat Manuhutu verder. ‘Maar ook hier zullen de ontwikkelingen snel gaan en in de toekomst willen we ook een webcam met uitzicht op het museum op Ambon waar we mee samenwerken, en gezamenlijk linken naar elkaars tentoonstellingen staat ook op de wensenlijst.’ Genoeg inspiratie dus, maar Wim Manuhutu geeft nog wel aan: ‘Het overdragen van kennis blijft een belangrijk onderdeel van een bezoek aan het museum, want dat is onze belangrijkste verantwoordelijkheid. Wel moeten we mee moderniseren en gebruiken we inmiddels ook een medium als Hyves om onze doelgroep te bereiken, want je moet ook als museum wel met je tijd meegaan.’